Tatrahond

Tatrahond

Rasgroep 1

Schapenhoeders en veedrijvers.

Land van herkomst
Polen
Huidige en oorspronkelijke taken
Kuddebewaker en
herdershond

Uiterlijk

Schouderhoogte
Reuen tussen de 65 en de 70 centimeter.
Teven tussen de 60 tot 65 centimeter.
Gewicht
Hoofd
De lengte van de snuit is net zo lang als de schedel. Ze hebben hangende oren in de vorm van een driehoek. De voorkeur van het gebit is een schaargebit.
Lichaam
De Tatrahond is een sterke hond met een brede rug. De borstkas is diep en schuin. De benen zijn sterk, maar niet te zwaar van bot.
Vacht
De steil of lichtgolvende vacht is lang en dik en voelt hard aan.
Kleuren
Effen wit.

Gedrag

Karakter
Deze hond heeft een rustig en evenwichtig karakter. Ze zijn intelligent en redelijk leergierig. De Tatrahond is trouw aan zijn gezin en beschermt ze tegen kwaadwillenden.
Sociaal
De meeste Tatrahonden kunnen het goed vinden met andere huisdieren. De omgang met kinderen gaat heel goed. Pas er wel op dat deze hond het voor uw kinderen kan opnemen tegenover vriendjes.

Omgang

Beweging
Deze hond is graag buiten. Wanneer u een grote tuin heeft kan hij een deel van zijn bewegingsbehoefte zelf bepalen. Daarnaast is het noodzakelijk om lange wandelingen te maken. Hij zwemt graag.
Opvoeding
De Tatrahond is leergierig en intelligent. Voed deze hond niet op met een harde hand. Wees liefdevol en consequent.
Verzorging
De tatrahond moet eenmaal in de week licht geborsteld worden. Dit is meestal al ruim voldoende. Hij heeft een zelfreinigende vacht die hem tegen allerlei weersinvloeden beschermt. Hierdoor valt vuil en modder als het hard is geworden uit de vacht. Tijdens de verharingsperiode verliest de tatrahond zijn haren bij bosjes. Een dagelijkse borstelbeurt is dan noodzakelijk.